Bedum
Tocht: 163(14)
Bezocht op: 12 juli 2012
Provincie: Groningen

De toren van Bedum staat scheef. Een cafetaria naast de kerk getuigt hiervan. Bij de kerk is een parkeerplaats voor de dominee en voor één invalide. Een man veegt de bladeren van het gras. Hij wil graag vertellen over Walfridus, de naamgever van de kerk. Voordat hij heilige werd was hij gewoon boer, maar wel van het ondernemende soort. Hij verhoogde de dijken en voerde een rechtssysteem in. Er zijn verhalen, dat hij tweemaal daags naar de kerk in Groningen liep, maar volgens historici kan dat niet. Hij moet er ook geen tijd voor hebben gehad. Op één van zijn tochten werden hij en zijn zoon vermoord en daarna begraven in de kapel. Dat werd het begin van een bedevaart, mede door de vele wonderen die geschieden. Er kwam geld voor een heel grote kerk, na Groningen en Leeuwarden de grootste van het noorden. Toen na de reformatie het bedevaren uit de mode raakte moest de kerk op andere wijze onderhouden worden. Bedum werd een handelscentrum voor de boeren uit de omtrek. Toen de stad een spoorlijn kreeg kwamen er ook fabrieken. De moderne zuivelfabriek maakte melkpoeder en blikje melk voor de hele wereld. Ook de Veeno-fietsen waren goed voor de export. Het Boterdiep maakt een rare kronkel langs de stad, maar passeert wel een winkeltje waar je oude boeken over de geschiedenis van de streek kan kopen.